Het nieuws
van de Duitse inval op 10 mei 1940 werd ook in Gemert met verbazing en ongeloof
ontvangen. Als na een lange tijd van leven tussen hoop en vrees, de "vrees"
bewaarheid wordt, dan doe je niet zomaar afstand van de "hoop". En dus veranderde de
hoop om buiten het oorlogsgeweld te blijven van het ene op het andere moment in de hoop
dat het Nederlandse leger de Duitse opmars tot staan zou weten te brengen. Maar ook die
hoop bleek ijdel. Reeds vroeg in de morgen van de tweede oorlogsdag - 11 mei - reden
Duitse soldaten nota bene op de fiets via de Molenstraat en de Nieuwstraat het dorp binnen.
Toen zij het marktveld passeerden en het Binderseind in wilden rijden, zagen zij een
aantal militaire wagens voor het poortgebouw van het kasteel staan. Daar liepen enige
Nederlandse soldaten van een genie detachement bij. Een vuurgevecht volgde. Een Duitse
soldaat werd geraakt en stierf, hier op de stoep van het hotel. De Duitsers realiseerden
zich dat het kasteel door een onbekend aantal Nederlandse soldaten als vesting werd
gebruikt. Het bleek ook de enige hoek in Gemert van waaruit weerstand werd geboden. Omdat
de leden van de genietroep die het eerste vuurgevecht waren begonnen, in een gewone
overall rondliepen, veronderstelden de Duitsers met franctireurs (niet als soldaten
herkenbare personen) van doen te hebben. Hun reactie was daarom nogal paniekerig. Uit
het hele dorp dreven zij de mensen van Gemert naar het marktveld. Zo werden enige honderden
Gemertenaren als levend schild gebruikt. De twaalfjarige Nico van Vught werd, vrijwel op
dezelfde plaats als waar eerder die morgen de Duitse soldaat het leven liet, door een
Nederlandse kogel getroffen. Hij was, de zwarte bouvier van de familie Van de Hurk in de
Haageik even niet meegerekend, het eerste Gemertse oorlogsslachtoffer.
Net zo dramatisch was de dood van Bert Baggermans. Iedereen in Gemert kende deze wat
eigenaardige figuur onder zijn bijnaam "de Paus", een titel die Bert waarschijnlijk te danken
had aan de vele vloeken waarmee zijn taalgebruik doorspekt was. De Paus werd door een
Duitse soldaat aangehouden, hier schuin tegenover het hotel, daar waar de Kapelaanstraat begint.
De Paus negeerde het bevel van de Duitser om zich bij de dorpsgenoten op het plein te voegen.
Toen hij vastgepakt werd rukte en trok hij zich los. Zonder medogen werd hij neergeschoten.
Een deel van de Nederlandse soldaten op het kasteel wist te vluchten, een ander deel werd
krijgsgevangen genomen. het kasteel was in brand geschoten en de zuidelijke vleugel had forse
schade opgelopen.
De Gemertse mensen op het marktveld kregen toestemming om naar huis te gaan. De familie Van Vught
mocht het lichaam van Nico nog niet meenemen. Eerst wilden de Duitsers aan de krijgsgevangenen
laten zien wat die op hun geweten hadden.
Nu staat, aan de overzijde van de buitengracht van het kasteel, aan de rand van het Ridderplein,
of het mertveld zoals we in Gemert zeggen, het Oorlogsmonument waarbij elk jaar op 4 mei
de Dodenherdenking plaatsvindt. Het werd op 8 juli 1947 onthuld en is een eerbetoon aan alle
gevallenen uit Gemert en aan alle geallieerde soldaten die op Gemerts gebied omkwamen.
| << De Goede Moordenaar | Dominee Hanewinkel >> |