In
de "Zuid-Willemsvaart", het regionale dagblad dat in die dagen twee keer, later
drie keer per week verscheen, stond op zaterdag 8 februari 1888 het volgende
bericht:
Gemert, Zaterdag 18-2-1888
De tram heeft weder een slachtoffer geeïscht. Ditmaal was het een Amsterdamsch koopman
in papier en enveloppen die in den Avond van Woensdag van hier naar Vechel wandelde en
dom genoeg in de lijn van den tram te loopen.
De tram, welke van hier 's avonds half zeven vertrekt, haalde den man in tussen Erp en
Vechel en door welke reden is onbekend, of de man doof of in gedachten verdiept was, maar
bleef voortwandelen, en schijnt zich niet te storen aan het naderend onheil. De tram is
in volle vaart, op enkele meters ziet de machinist het offer der tram ten prooi en
niettegenstaande de machinist met alle kracht stopt, mocht het niet meer baten. De
afstand was te kort, de man werd overreden. Vreeselijk verminkt werd hij opgenomen en zijn
lijk naar Erp vervoerd.
De gemeentesecretaris van Erp doorzocht de handelskoffer van de overledene. Even stond hij
peinzend met een envelop uit de koffer in zijn hand. Daarna nam hij plaats achter zijn bureau
en begon met sierlijke letters op de envelop te schrijven: "Aan den betreurde weduwe van ...".
De Goede Moordenaar had wederom een slachtoffer gemaakt.
| << De Witte Brug | De Paus >> |