Het Oude Pad

Ongeveer vijfduizend jaar geleden, in de periode die we het Neolithicum, de Nieuwe Steentijd noemen, vestigden de eerste landbouwers zich in deze streken. Inheemse diersoorten, zoals geit en schaap, werden gedomesticeerd.
De eerste akkertjes moesten regelmatig worden verplaatst, vanwege de uitputting van de grond. Maar ook al was het maar een primitief soort landbouw, toch waren de mensen niet langer alleen maar jagers en verzamelaars, maar ook boeren. En boeren hebben vaste woonplaatsen. De eerste permanente nederzettingen ontstonden.
In Gemert en omstreken zijn meerdere vindplaatsen van tijdelijke jagerskampen bekend. Maar ook zijn er sporen van de eerste landbouwers aangetroffen.
Het pad waarover de jagersgroep naar het noorden getrokken was, volgde de scheiding die wordt gevormd door enerzijds de Peelhorst en anderzijds de Grote Slenk. Het hoogteverschil dat in deze twee naamsaanduidingen verborgen zit, wordt veroorzaakt door de Peelrandbreuk, de breuk in de ondergrond die de route Meijel-Bakel-Gemert-Uden volgt. Dat de prehistorische mens zich juist op dat scheidingsvlak een pad baande, is niet toevallig. Het was destijds blijkbaar het meest begaanbare traject in het landschap.
Het pad van toen is nu het wegtracé waarvan de hoofdstraat in Gemert, de 'Stroat', zoals de mensen hier zeggen, een onderdeel is.

Ridder Rutgher van Gemert >>