De
'status aparte'van Gemert gaat zover terug in de middeleeuwen dat geen enkel
archiefstuk precies kan bevestigen hoe en wanneer die situatie is ontstaan.
We weten dat het adellijk geslacht Van Gemert al in de 12de eeuw (en misschien
zelfs nog wel eerder) hier het alleenrecht had en we weten ook dat deze familie
in of vóór 1220 dat alleenrecht is kwijtgeraakt aan de in 1190, tijdens de derde
kruistocht in Palestina gestichte Duitse Orde.
Dat kwam omdat Ridder Rutgher van Gemert naar alle waarschijnlijkheid op expeditionele
terre sancte, op kruistocht is geweest en reeds in het allervroegste begin
van de Duitse Orde is toegetreden tot deze geestelijke ridderorde.
Uit een oude Brabantse oorkonde weten we dat Rutgher een broer had, Willelmus
genaamd. Die oorkonde is gedateerd anno 1172 en gaat over de verkoop van Sterksel
aan de abdij van Averbode. Rutgher en Willelmus worden als getuigen genoemd,
en dat betekent dat de gebroeders Van Ghemert toen de leeftijd van 25 jaar reeds
gepasseerd waren.
Verder zijn we aangewezen op een reconstructie met enige ingebouwde veronderstellingen.
Rutgher is als vijftiger in 1189 achter keizer Frederik I Barbarossa aan op
kruistocht gegaan, heeft in Akko of daaromtrent zijn hart en derhalve ook zijn
bezittingen aan de nieuw gestichte Orde verloren, en zijn familie in het verre
Brabant zat met de gebakken peren (zeker omdat recent gevonden aanwijzigen er
op duiden dat óók broer Willelmus tot de Duitse orde is toegetreden), want zo
kwam er een tweede gerechtigde in 'het goed van Gemert'en werdt het gebied een
tweeheerlijkheid; Gemert was niet alleen meer van de Van Gemerts.
| << Het Oude Pad | De Duitse Orde >> |